Alles weten over voertuigsignalering?
Op onze algemene pagina hebben we de belangrijkste regels rondom voertuigsignalering uitgelegd. Maar misschien wilt u meer weten.
Veel meer.
Dan bent u hier op de juiste plek.
Op deze pagina gaan we dieper in op UN/ECE R65, lichtsterkte, lichtverdeling, kijkhoeken, categorieën, klasse 1 en 2, R65-markeringen, primaire en secundaire signalering en de technische eisen aan de Nederlandse tweetonige hoorn.
Want bij professionele voertuigsignalering zit het verschil vaak juist in de details.
Belangrijk om vooraf te weten
Een R65-goedkeuring en een correcte voertuigopbouw zijn niet hetzelfde.
UN/ECE R65 stelt technische eisen aan de speciale waarschuwingslamp en de typegoedkeuring daarvan.
De Nederlandse Regeling optische en geluidssignalen 2009 bepaalt vervolgens onder andere hoe bepaalde signalering op Nederlandse voertuigen wordt toegepast.
Daarnaast kunnen voor een specifieke toepassing aanvullende voorschriften en richtlijnen relevant zijn.
Daarom beoordelen wij een voertuig nooit uitsluitend op het logo of goedkeuringsnummer dat op een flitser staat.
1. Wat is UN/ECE R65 precies?
UN Regulation No. 65 bevat uniforme voorschriften voor de goedkeuring van speciale waarschuwingslichten voor voertuigen.
In de praktijk wordt meestal simpelweg gesproken over:
ECE R65 of R65.
R65 kijkt veel verder dan de vraag of een lamp “fel genoeg” is.
Bij een typegoedkeuring spelen onder andere een rol:
kleur van het uitgestraalde licht;
effectieve lichtsterkte;
lichtverdeling;
horizontale en verticale meetrichtingen;
knipperfrequentie;
duur van de licht- en donkerperioden;
werking bij verschillende spanningen;
bestendigheid tegen onder andere water;
en de categorie en klasse waarvoor het product wordt goedgekeurd.
Een lamp waarop “R65 approved” staat, vertelt dus nog lang niet het hele verhaal.
De daadwerkelijke goedkeuringsmarkering is veel interessanter.
2. Categorie T, X en HT
Binnen R65 wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten waarschuwingsverlichting.
Categorie T
Categorie T is bedoeld voor een roterend of stationair flitsend waarschuwingslicht dat rondom zijn verticale as licht uitstraalt.
Denk hierbij aan toepassingen waarbij rondomwaarschuwing wordt gecreëerd.
Het essentiële verschil is:
T = rondom de verticale as.
Dat stelt andere eisen aan de lichtverdeling dan een directionele flitser.
Categorie X
Categorie X is directionele waarschuwingsverlichting.
Het licht hoeft dus niet 360° rondom het armatuur te worden uitgestraald. De voorgeschreven prestaties worden binnen een beperkt hoekgebied beoordeeld.
Dit type goedkeuring komt u bijvoorbeeld tegen bij directionele flitsmodules.
Het essentiële verschil:
X = gericht waarschuwingslicht.
Categorie HT
Daarnaast bestaat HT, voor bepaalde half-bar toepassingen.
Daarbij is opnieuw van belang dat de goedkeuringscategorie overeenkomt met de constructie en de manier waarop het product uiteindelijk wordt gebruikt.
Waarom is dit belangrijk?
Omdat “R65-goedgekeurd” op zichzelf te weinig informatie geeft.
Een directioneel goedgekeurde module is niet opeens een rondom goedgekeurd waarschuwingslicht omdat meerdere modules op een voertuig worden geplaatst.
Er moet worden gekeken naar de goedkeuring én naar de uiteindelijke configuratie.
3. Klasse 1 en klasse 2
Dan komen we bij een andere veelgebruikte aanduiding:
Class 1 / klasse 1
en
Class 2 / klasse 2
Klasse 1
Klasse 1 werkt met één goedgekeurd lichtsterkteniveau.
Klasse 2
Klasse 2 kent twee lichtsterkteniveaus.
In de praktijk spreken we daarbij over een dag- en nachtniveau.
Overdag is meer licht nodig om voldoende contrast met het omgevingslicht te creëren. ’s Nachts kan diezelfde hoge lichtintensiteit juist hinderlijk zijn en bijvoorbeeld via verkeersborden, nat wegdek, gebouwen of andere oppervlakken sterk reflecteren.
Klasse 2 maakt het daarom mogelijk om de waarschuwingsverlichting op twee goedgekeurde intensiteitsniveaus te laten functioneren.
Dat betekent ook dat bij de voertuigopbouw aandacht moet worden besteed aan de correcte aansturing van die niveaus.
Alleen klasse-2-armaturen aanschaffen is niet hetzelfde als een complete klasse-2-oplossing realiseren.
4. Wat vertelt een R65-markering?
Een goede R65-markering bevat veel informatie.
U kunt bijvoorbeeld aanduidingen tegenkomen zoals:
TA1
TA2
TB1
TB2
XA1
XA2
XB1
XB2
De letters en cijfers vertellen iets over de goedkeuring.
Voorbeelden
T = rondom uitstralende categorie
X = directionele categorie
A = amber/geel
B = blauw
1 = klasse 1
2 = klasse 2
Daarmee kunt u bijvoorbeeld lezen:
TA1
Rondom uitstralend – amber – klasse 1
TA2
Rondom uitstralend – amber – klasse 2
TB1
Rondom uitstralend – blauw – klasse 1
TB2
Rondom uitstralend – blauw – klasse 2
XA1
Directioneel – amber – klasse 1
XB2
Directioneel – blauw – klasse 2
Daarnaast vindt u bij een goedgekeurd product het E-keurmerk en het bijbehorende goedkeuringsnummer.
Die gegevens zijn belangrijk.
Wij beoordelen daarom liever de volledige markering dan alleen de mededeling van een leverancier dat een product “ECE R65 gecertificeerd” is.
5. R65-knipperfrequentie: 2 tot 4 Hz
Een interessant detail uit R65 is de knipperfrequentie.
Voor flitsende waarschuwingsverlichting bedraagt deze:
f = 2 tot 4 Hz
Omgerekend betekent dit:
120 tot 240 cycli per minuut.
Dat lijkt eenvoudig, maar bij meervoudige flitspatronen wordt het interessanter.
Een patroon kan binnen één cyclus meerdere korte lichtpulsen bevatten. De afzonderlijke lichtpuls moet daarom niet zonder meer worden geïnterpreteerd als één volledige R65-cyclus.
Dit is een belangrijk verschil wanneer flitspatronen worden beoordeeld.
Niet ieder spectaculair ogend flitspatroon is automatisch toegestaan binnen de typegoedkeuring.
Sterker nog: bij R65-goedgekeurde verlichting mag het voor de gebruiker niet mogelijk zijn om een groep/flitspatroon te selecteren dat niet aan de betreffende eisen voldoet.
6. Lichtsterkte: waarom één candela-getal misleidend is
Bij waarschuwingsverlichting wordt regelmatig geadverteerd met indrukwekkende lichtopbrengsten.
Bijvoorbeeld:
“Onze flitser produceert X candela.”
Technisch zegt zo’n los getal veel minder dan het lijkt.
R65 beoordeelt namelijk niet alleen de maximale lichtsterkte recht voor het armatuur.
De norm kijkt naar de effectieve lichtsterkte en de lichtverdeling op voorgeschreven horizontale en verticale meetrichtingen.
Daarbij zijn de vereiste waarden afhankelijk van onder andere:
categorie T, X of HT;
blauw of amber;
klasse 1 of klasse 2;
horizontale hoek;
verticale hoek;
en het betreffende intensiteitsniveau.
Een goede waarschuwingslamp moet dus niet alleen een enorme piek recht vooruit produceren.
Hij moet het licht op de juiste plaatsen, binnen de juiste grenzen en met de juiste verdeling produceren.
Dat is een wezenlijk verschil.
Meer licht is niet automatisch beter
Bij signalering bestaat soms de gedachte:
hoe feller, hoe veiliger.
Zo eenvoudig is het niet.
Te weinig licht is ongewenst, maar extreem veel licht op de verkeerde plaats kan eveneens problemen veroorzaken.
Denk aan:
verblinding;
sterke reflecties;
verlies van contrast;
hinder voor andere weggebruikers;
hinder voor eigen personeel;
reflectie in spiegels;
reflectie tegen verkeersborden;
en reflectie op een nat wegdek.
Professionele voertuigsignalering gaat daarom niet om maximale lichtopbrengst.
Het gaat om een gecontroleerde en doelgerichte lichtverdeling.
7. De kleur is óók technisch vastgelegd
“Blauw” en “amber” zijn binnen R65 niet simpelweg kleurnamen.
De toegestane kleur ligt binnen vastgestelde colorimetrische grenzen.
Voor amber worden onder andere grenzen gebruikt ten opzichte van groen, rood en wit.
Voor blauw worden grenzen bepaald ten opzichte van groen, wit en paars.
Dat betekent dat een LED die voor het menselijk oog ongeveer de goede kleur lijkt te hebben, daarmee nog niet automatisch binnen het goedgekeurde R65-kleurgebied valt.
Ook kleur is dus onderdeel van de typegoedkeuring.
8. Waterbestendigheid wordt daadwerkelijk getest
Ook de fysieke constructie van het armatuur wordt beoordeeld.
Bij de R65-waterproef wordt het armatuur in zijn normale bedrijfspositie getest.
Een interessante waarde daarbij is:
2,5 mm water per minuut.
Het water wordt bij de beschreven test onder een hoek van:
45°
op het armatuur gericht.
Bij de betreffende testopstelling draait het product bovendien rond zijn verticale as met:
4 omwentelingen per minuut.
Wanneer vanuit alle horizontale richtingen gelijktijdig met meerdere nozzles wordt gesproeid, hoeft het product tijdens die test niet rond te draaien.
Dit soort eisen laat goed zien waarom een echte R65-typegoedkeuring meer inhoudt dan alleen een lichtmeting.
9. Meerkleurige R65-waarschuwingslichten
R65 staat ook bepaalde waarschuwingslichten toe die meerdere kleuren kunnen produceren.
Maar daar gelden voorwaarden voor.
Bij een categorie-T-waarschuwingslicht dat meerdere kleuren kan uitstralen, moet iedere kleur afzonderlijk aan de betreffende eisen voldoen over het volledige voorgeschreven hoekgebied.
Bovendien mogen meerdere kleuren niet gelijktijdig worden geactiveerd.
De fabrikant moet montage-informatie verstrekken waarmee wordt gewaarborgd dat slechts één kleur tegelijk actief kan zijn.
Dat is technisch relevant bij moderne multicolor LED-systemen.
Het feit dat één behuizing bijvoorbeeld zowel blauw als amber kan produceren, betekent niet dat de eisen daarmee soepeler worden.
Iedere goedgekeurde kleur moet afzonderlijk kloppen.
10. Van R65-product naar compleet voertuig
Hier wordt voertuigsignalering pas echt interessant.
Stel:
u heeft een afzonderlijke flitsmodule met een geldige R65-goedkeuring.
Dan weten we iets over die module.
Maar we weten daarmee nog niet automatisch dat:
de montagehoek correct is;
de module vanaf de vereiste posities zichtbaar is;
voldoende modules zijn gemonteerd;
de combinatie van modules correct functioneert;
de bediening klopt;
de dag-/nachtfunctie correct wordt aangestuurd;
of de complete installatie aan de Nederlandse voorschriften voldoet.
Productgoedkeuring en voertuigopbouw zijn twee verschillende zaken.
Dat onderscheid vormt de basis van onze manier van werken.
11. Nederlandse primaire blauwe signalering
Voor primaire blauwe signalering kijken we naast R65 naar de Nederlandse Regeling optische en geluidssignalen 2009.
Voor de primaire blauwe set gelden specifieke eisen.
Technische uitgangspunten
Kleur: blauw
Primaire signalering: ECE R65 klasse 2
Waarneembaarheid: rondom het voertuig
Beoordelingsafstand: 20 meter
Beoordelingshoogte: 1,50 meter boven het wegdek
Het interessante is dat een set uit één of meerdere armaturen kan bestaan.
Bij meerdere armaturen moet daarom worden gekeken naar de manier waarop de vereiste signalering als geheel wordt gerealiseerd.
Dat is precies waarom wij niet simpelweg zeggen:
“Deze flitser heeft R65, dus het is goed.”
We willen weten wat de complete opbouw doet.
12. Secundaire blauwe signalering
Naast primaire signalering kan secundaire blauwe signalering aan de voorzijde worden toegepast.
Daarvoor gelden eveneens specifieke voorwaarden.
Technische gegevens
Positie: voorzijde van het voertuig
Plaatsing: symmetrisch ten opzichte van de lengteas
Minimumhoogte: 0,40 meter boven het wegdek
Maximumhoogte: 1,20 meter boven het wegdek
Richting: naar voren, evenwijdig aan de lengteas
Goedkeuring: overeenkomstig ECE R65
Activering: gekoppeld aan de primaire blauwe signalering
De secundaire signalering mag afzonderlijk uitschakelbaar worden uitgevoerd.
Dat laatste is praktisch relevant.
Extra licht aan de voorzijde kan in bepaalde omstandigheden namelijk ook hinder veroorzaken, bijvoorbeeld door reflecties.
13. Nederlandse gele/amber signalering
Ook bij amber signalering moet de complete installatie worden bekeken.
Voor de betreffende gele set is opnieuw de zichtbaarheid rondom het voertuig van belang.
Technische uitgangspunten
Kleur: geel/amber
Certificering: overeenkomstig ECE R65
Waarneembaarheid: rondom het voertuig
Beoordelingsafstand: 20 meter
Beoordelingshoogte: 1,50 meter boven het wegdek
Hier zit een belangrijk juridisch-technisch detail.
Voor primaire blauwe signalering noemt de Nederlandse regeling expliciet ECE R65 klasse 2.
Voor de gele set wordt R65-certificering voorgeschreven, maar niet op dezelfde manier expliciet bepaald dat dit altijd klasse 2 moet zijn.
Wij schrijven daarom bewust niet:
“Alle amber signalering in Nederland moet R65 klasse 1 zijn.”
Zo’n eenvoudige uitspraak doet geen recht aan de daadwerkelijke regelgeving en toepassing.
14. De Nederlandse tweetonige hoorn
Dan het akoestische gedeelte.
De Nederlandse regeling spreekt officieel over een:
tweetonige hoorn.
Daar zijn verrassend specifieke technische eisen aan verbonden.
Het is dus absoluut niet voldoende dat een sirene “ongeveer als een Nederlandse sirene klinkt”.
Frequenties van de twee tonen
De nominale tonen zijn:
lage toon: circa 375 Hz
hoge toon: circa 500 Hz
De verhouding tussen beide frequenties is daarmee ongeveer:
500 / 375 = 1,333
oftewel ongeveer 4 : 3.
De twee tonen worden achtereenvolgens geproduceerd.
15. Wisselfrequentie van de tweetonige hoorn
Ook het tempo waarmee de twee tonen elkaar afwisselen is begrensd.
De wisselfrequentie bedraagt:
0,5 tot 5 Hz.
Dat betekent dat de toonwisseling niet willekeurig langzaam of snel mag plaatsvinden.
De bestuurder kan de wisselfrequentie tijdens bediening verhogen.
De verhoogde wisselfrequentie bedraagt:
2 × de basisfrequentie
maar blijft begrensd op:
maximaal 5 Hz.
Voorbeeld:
basisfrequentie 1,5 Hz
→ verhoogd 3 Hz
Maar:
basisfrequentie 3 Hz
→ theoretisch 6 Hz
Dat mag niet, omdat de bovengrens 5 Hz blijft.
16. Geluidsdruk van de tweetonige hoorn
Ook het geluidsniveau is vastgelegd.
Overdag
Minimaal:
110 dB(A)
’s Nachts
Minimaal:
100 dB(A)
Maximale geluidssterkte
Ongeacht de stand:
125 dB(A)
Dat verschil tussen dag en nacht is niet toevallig.
’s Nachts is het omgevingsgeluidsniveau doorgaans lager en kan een lagere geluidsdruk voldoende zijn, terwijl onnodige geluidshinder wordt beperkt.
17. Hoe snel moet de sirene op niveau zijn?
Zelfs de opbouw van het geluidsniveau is technisch beschreven.
De voorgeschreven minimale geluidssterkte moet worden bereikt binnen:
10 tot 100 milliseconden na inschakelen.
Daarnaast geldt voor de aan- en afbouw van het geluid een zogenaamde on- en offset van:
1 tot 10 dB per milliseconde.
Dat betekent dat niet alleen de eindwaarde van bijvoorbeeld 110 dB(A) van belang is.
Ook het dynamische gedrag van het akoestische signaal speelt een rol.
18. Blauwe signalering en sirene zijn gekoppeld
Een ander essentieel punt:
de tweetonige hoorn mag alleen in werking zijn wanneer de primaire blauwe signalering is ingeschakeld.
Dat heeft gevolgen voor de elektrische en elektronische aansturing van het voertuig.
Bij een professionele opbouw kijken we daarom niet alleen naar:
licht
of
geluid.
We kijken naar het complete systeem:
bediening → controller → primaire signalering → secundaire signalering → akoestische signalering → voertuiginterface.
De logica achter de bediening is daarmee onderdeel van een goede installatie.
19. Waarom de plaats van een sireneluidspreker ertoe doet
Een luidspreker kan elektrisch perfect functioneren en toch akoestisch slecht presteren.
Bijvoorbeeld wanneer hij:
te ver achter een gesloten bumper is gemonteerd;
richting een constructiedeel straalt;
gedeeltelijk wordt afgeschermd;
op een ongunstige positie zit;
of zijn geluid onvoldoende naar buiten kan afstralen.
Bij een akoestisch systeem telt daarom uiteindelijk niet alleen het vermogen van de versterker of het wattage dat op de luidspreker staat.
Het gaat om de daadwerkelijk gerealiseerde akoestische prestatie.
Een luidspreker van meer watt is niet automatisch een betere sirene-installatie.
20. Waarom wij zoveel aandacht besteden aan de complete installatie
Professionele signalering is een systeem.
Wij bekijken daarom verschillende lagen afzonderlijk.
1. Typegoedkeuring
Welke goedkeuring heeft het product daadwerkelijk?
2. Categorie
T, X, HT of een andere relevante uitvoering?
3. Kleur
Blauw, amber of een combinatie waarvoor afzonderlijke goedkeuringen gelden?
4. Klasse
Klasse 1 of klasse 2?
5. Fotometrie
Hoe wordt het licht daadwerkelijk over de voorgeschreven richtingen verdeeld?
6. Mechanische montage
Positie, hoogte, oriëntatie en afscherming door carrosseriedelen.
7. Zichtbaarheid
Wat ziet een andere weggebruiker daadwerkelijk rondom het voertuig?
8. Elektrische aansturing
Wanneer wordt welke functie geactiveerd?
9. Dag- en nachtbedrijf
Worden verschillende intensiteitsniveaus correct aangestuurd wanneer dat voor de gebruikte oplossing vereist is?
10. Akoestiek
Voldoen toonhoogte, wisselfrequentie, geluidsniveau en dynamisch gedrag?
11. Voertuigfunctie
Waarvoor wordt het voertuig daadwerkelijk gebruikt?
12. Nederlandse regelgeving
Past de complete installatie binnen de eisen die voor die toepassing gelden?
Pas wanneer die zaken bij elkaar worden gebracht, kunnen we serieus naar een signaleringsinstallatie kijken.
21. Waarom twee voertuigen met dezelfde lampen toch verschillend kunnen zijn
Dit wordt vaak onderschat.
Neem twee voertuigen en monteer exact dezelfde R65-flitsmodules.
Toch kan de uiteindelijke signalering verschillend presteren.
Waarom?
Omdat onder andere kunnen verschillen:
voertuighoogte;
voertuigbreedte;
bolling van de carrosserie;
positie van de grille;
montagehoek;
dakopbouw;
laadbak;
imperiaal;
spiegels;
uitstekende carrosseriedelen;
lichtbalkpositie;
en de onderlinge afstand tussen de armaturen.
Een R65-typegoedkeuring verandert daar niets aan.
De goedkeuring vertelt ons wat het armatuur onder de voorgeschreven omstandigheden kan.
De voertuigopbouw bepaalt vervolgens mede wat daarvan in de praktijk overblijft.
22. Ons uitgangspunt: niet méér licht, maar beter licht
Een professionele installatie hoeft niet de meeste LED’s te hebben.
Sterker nog: dat is zelden ons uitgangspunt.
Wij zoeken naar de juiste combinatie van:
zichtbaarheid + attentiewaarde + lichtverdeling + positionering + regelconformiteit + bedieningslogica.
Daarmee ontstaat een voertuig dat duidelijk herkenbaar is wanneer dat noodzakelijk is, zonder willekeurig overal flitsmodules te plaatsen.
Dat vraagt meer technische kennis dan een catalogus openen en tellen hoeveel lampen er op een voertuig passen.
23. Wilt u nóg dieper de techniek in?
Dan wordt het echt interessant.
R65 bevat onder andere afzonderlijke fotometrische eisen voor verschillende categorieën, kleuren, klassen en meetrichtingen.
Daarbij kunnen we kijken naar:
minimale effectieve lichtsterkte in candela;
maximale effectieve lichtsterkte;
horizontale meetpunten;
verticale meetpunten;
dag-/nachtverhoudingen;
kleurcoördinaten;
flitspatronen;
goedkeuringsmarkeringen;
individuele versus samengestelde units;
complete lichtbalken;
directionele modules;
multicolor-systemen;
en de relatie tussen typegoedkeuring en voertuigmontage.
Die gegevens zijn uitstekend geschikt voor het beoordelen van een specifiek product of het ontwerpen van een complete installatie.
Maar vanaf dat punt is een algemene internetpagina eigenlijk niet meer de beste plaats om conclusies te trekken.
Dan willen we weten welk voertuig u bouwt, welke componenten u gebruikt en wat de toepassing is.
Heeft u een typegoedkeuringsnummer, datasheet, R65-markering, lichtplan of technische tekening?
Stuur die gerust mee.
Dan praten we niet alleen over de vraag óf er een ECE R65-markering op staat, maar over wat die goedkeuring technisch betekent en of de gekozen componenten samen een goede oplossing voor het voertuig vormen.
Dat is het niveau waarop wij graag over voertuigsignalering praten