ECE R65 en wat zijn de technische eisen?
ECE R65 is de internationale goedkeuringsnorm voor speciale waarschuwingsverlichting.
De norm kijkt niet alleen naar hoeveel licht een lamp produceert, maar ook naar onder andere de lichtverdeling, kleur, knipperfrequentie en het knipperpatroon.
Een R65-goedkeuring geldt voor een specifieke uitvoering van een lamp. Daarom is alleen de tekst “ECE R65” op een product niet genoeg om te bepalen waarvoor deze geschikt is.
R65 technisch op een rij:
R65 flitsfrequenties
Bij een flitspatroon met meerdere korte lichtpulsen achter elkaar wordt de complete pulsgroep als één cyclus beoordeeld. Een dubbele of meervoudige flits betekent dus niet automatisch dat de R65-frequentie wordt overschreden. Ook de verhouding tussen de tijd dat het licht aan en uit is, is binnen R65 vastgelegd.
Voor flitsende waarschuwingsverlichting schrijft R65 een frequentie voor van:
- 2 tot 4 Hz
Dat komt overeen met:
- 120 tot 240 flitscycli per minuut.
Lichtsterkte volgens ECE R65
R65 werkt niet met één algemene waarde in candela waaraan iedere zwaailamp of flitser moet voldoen. De vereiste effectieve lichtsterkte is afhankelijk van onder andere:
- de kleur van het licht
- de categorie van de lamp
- klasse 1 of klasse 2
- de horizontale en verticale meethoek
- het dag- of nachtniveau
Daarom is het niet correct om simpelweg te zeggen: “een R65-lamp moet minimaal X candela produceren”.
De lichtverdeling wordt op meerdere voorgeschreven meetpunten gecontroleerd. Een lamp moet dus niet alleen recht voor de lamp voldoende licht produceren, maar binnen het voor die categorie voorgeschreven gebied aan de R65-waarden voldoen.
Dat verschil is belangrijk bij het beoordelen van goedkope of onbekende signaleringsproducten: een hoge opgegeven pieklichtsterkte zegt op zichzelf weinig over een geldige R65-goedkeuring.
Wat betekent bijvoorbeeld TA1, TA2, TB1 of TB2?
De R65-markering vertelt veel over de goedkeuring,
Soorten uitstraling:
T = rondom uitstralende categorie
X= Directionele uitstralende categorie.
HT= Categorie met een groot horizontale uitstraling
De kleuren:
A = amber/geel
B = blauw
R= rood
De klassen:
1 = klasse 1
2 = klasse 2
Daarmee betekent bijvoorbeeld:
TA1 = categorie T, amber, klasse 1
TA2 = categorie T, amber, klasse 2
TB1 = categorie T, blauw, klasse 1
TB2 = categorie T, blauw, klasse 2
etc..
Heeft u een lamp met een R65-markering en wilt u precies weten waarvoor deze is goedgekeurd? Stuur ons een duidelijke foto van de markering. Aan de hand daarvan kunnen we de goedkeuring verder beoordelen.
Nederlandse eisen voor gele signalering
Ook voor gele – vaak amber genoemde – signalering stelt Nederland eisen aan de complete installatie.
De set gele signaalverlichting moet voldoen aan ECE R65 en overeenkomstig dit reglement zijn gecertificeerd.
Daarnaast geldt voor de montage:
Zichtbaarheid: rondom het voertuig
Afstand: 20 meter vanaf het voertuig
Meethoogte: 1,5 meter boven het wegdek
Een belangrijk verschil met primaire blauwe signalering is dat de Nederlandse regeling bij geel hier niet voorschrijft dat de set klasse 2 moet zijn.
Daarom moeten we op deze website niet zonder verdere context schrijven dat amber signalering volgens de Nederlandse regeling altijd “R65 klasse 1” moet zijn. De regeling verlangt R65-certificering, maar formuleert hier niet dezelfde expliciete klasse-2-eis als bij primaire blauwe signalering.
Welke R65-uitvoering voor een specifieke toepassing verstandig of aanvullend voorgeschreven is, kan vervolgens afhangen van de toepassing en eventuele andere richtlijnen.
Wat verlangt Nederland van blauwe signalering?
Hier komt een belangrijk verschil naar voren.
ECE R65 keurt de signaleringsapparatuur goed. De Nederlandse Regeling optische en geluidssignalen bepaalt vervolgens aanvullende eisen voor de toepassing op het voertuig.
Voor primaire blauwe signalering schrijft de Nederlandse regeling onder andere voor:
ECE R65: klasse 2
Aantal primaire sets: één set blauwe signaalverlichting
Zichtbaarheid: rondom het voertuig
Controleafstand: 20 meter vanaf het voertuig
Meethoogte: 1,5 meter boven het wegdek
Een set kan uit één of meerdere armaturen bestaan.
Wanneer meerdere armaturen samen de primaire set vormen, moeten deze gezamenlijk als set zijn gecertificeerd óf moet de combinatie van individueel gecertificeerde armaturen samen opnieuw aan klasse 2 van ECE R65 voldoen.
Dat laatste is een belangrijk detail dat bij het samenstellen van signalering nog weleens wordt onderschat.
Secundaire blauwe signalering
Aan de voorzijde mag ter ondersteuning van de primaire signalering een secundaire set blauwe signalering worden aangebracht.
Daarvoor gelden onder andere:
Positie: aan de voorzijde
Plaatsing: symmetrisch ten opzichte van de lengteas
Montagehoogte: minimaal 0,4 meter en maximaal 1,2 meter boven het wegdek
Richting: naar voren, evenwijdig aan de lengteas van het voertuig
Certificering: overeenkomstig ECE R65
Werking: alleen wanneer de primaire blauwe signalering is ingeschakeld
De secundaire set mag afzonderlijk uitschakelbaar zijn.
Dat kan bijvoorbeeld praktisch zijn wanneer de verlichting bij regen, mist of reflecties voor de bestuurder hinderlijk wordt.
Tweetoonsirene – exacte Nederlandse eisen
Voor de sirene volgen we de Regeling optische en geluidssignalen 2009.
De regeling spreekt officieel over de tweetonige hoorn.
Dit is een hoorn die achtereenvolgens twee tonen produceert.
Geluidssterkte:
Overdag: minimaal 110 dB(A)
’s nachts: minimaal 100 dB(A)
Maximum: 125 dB(A)
De minimale voorgeschreven geluidssterkte moet worden bereikt tussen:
10 en 100 milliseconden na het inschakelen.
Toonhoogte:
De twee voorgeschreven toonhoogtes zijn:
Lage toon: circa 375 Hz
Hoge toon: circa 500 Hz
De tonen worden achtereenvolgens weergegeven.
Wisselfrequentie
De wisselfrequentie moet eenparig zijn en liggen tussen:
0,5 en 5 Hz
De bestuurder mag tijdens het bedienen van de hoorn de wisselfrequentie met een schakelaar verhogen.
Daarbij geldt:
de verhoogde wisselfrequentie is een verdubbeling van de basisfrequentie
en:
ook de verhoogde frequentie mag maximaal 5 Hz bedragen.
Aan- en afbouw van het geluid
Ook hoe snel het geluidsniveau bij het in- en uitschakelen verandert, is vastgelegd.
De voorgeschreven on- en offset bedraagt:
1 tot 10 dB per milliseconde.
Wanneer mag de sirene werken?
Dit is technisch én juridisch een belangrijk punt:
De tweetonige hoorn mag alleen in werking zijn wanneer de primaire blauwe signaalverlichting is ingeschakeld.
De sirene hoort dus functioneel bij het complete systeem voor optische en geluidssignalen.
Meting van het geluidsniveau
De geluidssterkte wordt gemeten volgens de daarvoor aangewezen meetmethode, waarbij de regeling voor de tweetonige hoorn specifiek een meetpositie op het wegdek voorschrijft.
Dat detail is belangrijk wanneer een installatie daadwerkelijk technisch moet worden beoordeeld.
Tweetoonsirene in één oogopslag
Lage toon: circa 375 Hz
Hoge toon: circa 500 Hz
Wisselfrequentie: 0,5 – 5 Hz
Versnelde stand: 2× de basisfrequentie, maximaal 5 Hz
Geluidsniveau overdag: minimaal 110 dB(A)
Geluidsniveau ’s nachts: minimaal 100 dB(A)
Maximaal geluidsniveau: 125 dB(A)
Bereiken minimale geluidssterkte: 10 – 100 ms
On- en offset: 1 – 10 dB/ms
Werking: uitsluitend in combinatie met ingeschakelde primaire blauwe signalering
Waarom zijn deze details belangrijk?
Een sirene die “ongeveer hetzelfde klinkt” is daarmee nog geen installatie die aan de Nederlandse eisen voldoet.
Hetzelfde geldt voor verlichting.
Een flitser die veel licht produceert, is niet automatisch R65-goedgekeurd. En een afzonderlijk R65-goedgekeurd armatuur betekent niet automatisch dat de complete voertuigopbouw aan de Nederlandse eisen voldoet.
Wij kijken daarom naar het complete systeem: certificering, lichtverdeling, montage, bediening, akoestiek én de toepassing van het voertuig.
Heeft u een bestaand voertuig waarvan u wilt weten of de signalering correct is opgebouwd? Of bouwt u een nieuw voertuig en wilt u vooraf weten wat er nodig is?
Neem contact met ons op. Met het voertuigtype, de toepassing en enkele foto’s kunnen we al veel gerichter naar de situatie kijken.